Kinderen klaar..... Bouwen maar!


In de maand maart heb ik voor het thema bouwen uitgekozen. Als kind was ik helemaal gek van Lego. Mijn kinderen zijn helemaal gek van duplo en de bouwhoek. Bouwen heeft dus een soort van aantrekkingskracht waardoor kinderen vroeg of laat gaan bouwen. Maar waarom? Dat is een vraag die ik ga uitleggen in deze blog.


De ouderwetse bouwhoek


Bij iedereen gaat er wel een lichtje branden als je het hebt over de bouwhoek. Vroeger maar ook nu nog, heeft elke kleuterklas het wel: een huishoek (of zoals ik het vroeger noemde de poppenhoek) en een bouwhoek. Als ik terugdenk aan mijn eigen jeugd dan vond ik de bouwhoek echt iets voor jongens. Ik kan me ook bijna niet herinneren dat ik daar veel speelde.


Maar inmiddels ben ik moeder van twee jongens en is dus de bouwhoek een veelgehoorde term. Mijn oudste is dol op de bouwhoek. Als we juf mogen geloven soms zelfs té dol omdat hij verder weinig oog heeft voor andere zaken, maar goed. Waardoor heeft het dan zo’n aantrekkingskracht?


De ontwikkeling

Tadaa daar staat het alweer: de ontwikkeling. Soms ben zelf ik nog heel naïef en denk dat een kind het gewoon heel leuk vind, maar uit onderzoek blijkt dat bouwen een groot effect heeft op de ontwikkeling van onze kinderen. Het zal ook een keer niet.

Maar dan begint bij mij het te knagen, wat gebeurt er dan tijdens het bouwen?

We kennen allemaal het praatje van wat blokken doen voor de ontwikkeling van het kind; het gaan probleemoplossend werken, krijg er zelfvertrouwen door, werkt aan zijn grove en fijne motoriek enz. Allemaal waar en zeker een reden om het te stimuleren. Maar het gaat dieper dan dat.

Wanneer je naar het bouwproces van kinderen kijkt zijn er verschillende fases te herkennen die elk kind doorloopt in hun eigen tempo.


Verschillende fases

Zodra kindertjes beginnen met spelen wordt er begonnen aan de eerste fase. Hier vindt de kennismaking plaats met blokken. In de leeftijd 0-2 jaar zijn kinderen vooral de blokken aan het ontdekken, door erop te kauwen, de blokken te grijpen en ze tegen elkaar aan te slaan. Het gaat er vooral om, om ervaring ermee op te doen.


Wanneer we dan verder gaan zien we dat de kinderen eigenlijk nog steeds niet klaar zijn met ontdekken. Ze blijven de materialen bekijken vanuit verschillende oogpunten, máár gaan er nu mee slepen. Ze verplaatsen de blokken, tillen ze op, lopen er mee rond en dan natuurlijk de leukste de toren van je buurman omgooien. De huisfavoriet hier. Tijdens deze 2de fase draait het om de zintuigelijke ervaringen die kinderen opdoen. Ze leren over gewicht, zachtheid, hoe groot de blokken zijn en of het geluid kan maken. Dit sluit aan bij het leren kennen van de wereld om de kinderen heen. De blokken helpen hun om grenzen in hun speelruimte te ontdekken.


In fase 3 begint het daadwerkelijke bouwen. De kinderen zijn dan meestal ( en dit moet je niet als leidraad gebruiken) 3 jaar. Alleen dit bouwen gebeurd nog steeds op een bepaalde manier. De eerste stap in het bouwen is vooral rijen of vormen maken van blokken naast elkaar. Het is allemaal plat. Wanneer ze dit goed onder de knie hebben gaan ze zichzelf uitdagen door blokken op elkaar te zetten. Ze gaan torens bouwen. Belangrijk hier is om te weten dat kinderen tijdens het bouwen in deze fase nog helemaal geen oog hebben voor het nut van hun bouwwerk. Ze zijn vooral bezig met hun proces.


En dan is er de bouwhoek. Fase 4. We gaan van hele simpele bouwwerken over op het soms uitdagend bouwen van bruggen. Hiermee leren ze dat afstanden overbrugd kunnen worden en dat er evenwicht en een stevige basis moet zijn. Om dit goed onder de knie te krijgen is het belangrijk dat de coördinatie tussen beide handen goed is ontwikkeld. In dit stadium kan het dus heel belangrijk dat als een kind deze coördinatie nog niet goed beheerst, om te oefenen met blokken. Het neveneffect is dat dit dan ook weer bijdraagt aan de motoriek van je kindje.


In de volgende fase gaan de kinderen de ruimte in. Ze maken bouwwerken die in de ruimte staan. Dus een stal of een weiland. Alles krijgt een omheining. Het is plat en massief. Zodra het op het grond is ontdekt gaan de bouwwerken de lucht in. Er ontstaan dan bouwwerken op een stevige basis die met een horizontaal dak worden afgesloten. Alles moet heel stevig.


In fase 6 komt de complexiteit om de hoek kijken. Ze pakken niet zomaar elk blokje. Nee, ze gaan op zoek naar blokken die ze helpt hun vooraf bedachte plan uit te werken. Ook komt herkenbaarheid om de hoek kijken. Ze maken nu echt een kasteel en gaan daarom heen een rollenspel opzetten. Het bouwen wordt doelgerichter en krijgt nut.


De laatste fase kenmerkt zich door het zien van combinatie van meerdere bouwvormen. Kinderen overleggen van te voren wat ze gaan doen en gaan dan pas bouwen. Ze kunnen hun ideeën uitspreken en vormgeven.


Wetenschappelijke onderzoeken


Uit onderzoeken die er zijn geweest over de bouwontwikkeling van kinderen blijkt dat ze met bouwen hun cognitieve vaardigheden spiegelen. Kinderen laten zien wat ze kunnen. Hoe ze kunnen samenwerken, hoe hun lichaam en geest oplossingen kunnen vinden voor de problemen waarvoor ze staan. Wanneer je als ouder op leerkracht de eerder genoemde fases snapt en kun herkennen kun je kinderen ook begeleiden in het soms doorlopen van een fase.


Kortom reden genoeg om de kinderen lekker te laten bouwen. Het is heel goed voor ze.

4 weergaven0 opmerkingen